Cuxhaven naar Antwerpen

Maandag 6 april. Ik zit samen met Stephanie aan het eilandje in Antwerpen. Onze boot ligt nog steeds in Cuxhaven, wachtend op een geschikt moment om de Duitse Bocht over te steken. De voorbije dagen waren ronduit wisselvallig, maar plots zie ik op mijn weerapp een klein venster. Niet ideaal, maar wel een kans. En met nog één week vakantie te gaan, is de keuze snel gemaakt: dit is het moment.
Maar wie gaat mee?
Stephanie is dinsdag nog vrij, maar moet daarna werken. Ik stuur snel enkele berichten rond en heb geluk: Peter kan mee. Kolonel bij de luchtmacht — iemand waarop je kan rekenen.
Op weg naar de boot
De volgende ochtend brengt Stephanie ons naar Cuxhaven. Zo’n moment waarop je even beseft hoe fijn het is dat iemand gewoon meegaat in je plannen. Zonder gedoe.
We vullen de dieseltanks met bidons en maken ons klaar. Om 18u gooien we de trossen los. Met militaire precisie loodst Peter ons langs de zandbanken van de Elbe en de Duitse Bocht. De nacht is helder, koud, en bezaaid met sterren. Geen maan te zien… tot die plots verschijnt. Tijdens mijn wacht zie ik een vreemde oranje gloed aan de horizon. Even denk ik aan een brandend schip of een flatgebouw in de verte. Maar dan wordt het duidelijk: de maan. Een gigantische oranje-rode bol rijst op uit de zee. Adembenemend. Ik blijf er gewoon naar kijken.
Eerste stop: Vlieland
Minder adembenemend is Peters maag. Die had het al moeilijk tijdens de autorit, en op zee wordt het er niet beter op. Jammer voor hem, goed voor de vissen 😄
We besluiten om binnen te lopen in Vlieland. Exact 24 uur na vertrek meren we aan.
Bij het aanleggen merken we dat de motor niet reageert in achteruit. In neutraal maakt hij toeren, de as draait… maar achteruit werkt niet zoals het hoort. De keerkoppeling lijkt oké. Misschien ligt het aan de recent geïnstalleerde Gori-klapschroef, of aan de gaskabel. We krijgen het niet opgelost. Reparatie zal voor Antwerpen zijn.
Een Franstalig koppel helpt ons aanmeren. Wanneer ik hen uitleg dat ik problemen heb met mijn “derrière”, krijg ik vooral vragende blikken terug… 😄
Opnieuw de zee op
De volgende ochtend voelt Peter zich beter. De weersvoorspelling helaas niet. Tegen de avond zou het stevig kunnen gaan waaien: windkracht 7, met uitschieters naar 8. Peter blijft optimistisch. Ik ben eerder opportunistisch — die boot moet naar Antwerpen. Achteraf gezien geen ideale combinatie.
Donderdagavond starten we rustig. Champagnezeilen. Maar rond 22u zien we bliksems in de verte. Het front komt eraan.
We varen met een gereefde genua en hebben al een tweede rif in het grootzeil klaar. Alles ligt stormvast, reddingsvesten aan. Klaar voor wat komt.
Wanneer de wind aantrekt, besef ik plots dat de lazyjack niet dicht is en dat het zeil er zo uit zou kunnen waaien. Ik klik me vast en ga naar voren. Donker. Wind. Golven.
Net wanneer ik ga slapen, roept Peter me terug. Alles is zwart. Geen lichten, geen wind, geen snelheid. Alsof de wereld even uitgeschakeld wordt. Minuten eerder zagen we nog IJmuiden en de windmolenparken. Dan — even plots — is alles terug. Zicht. Wind. Veel wind. Heel veel wind.
Storm op de Noordzee
Om 01u30 neem ik de wacht over. Peter is opnieuw ziek en kruipt zijn kooi in. Nog zes mijl tot Hoek van Holland.
De wind zit nu constant rond de 30 knopen. Voor ons: storm. Voor puriteinen: “harde wind”.
De golven bouwen op. Groot. Onregelmatig. De boot beukt erdoor. Ik moet me stevig vasthouden. Mijn hoofd is extreem helder. Alsof alles tegelijk vertraagt en versnelt. Kijken. Denken. Beslissen. De wind giert over het dek. Op een bepaald moment ontploffen de blikjes cola in de frigo door het geweld van de storm.
De stuurautomaat heeft het moeilijk met alleen de genua. Ik start de motor, rol de genua wat verder in, en we krijgen weer controle.
Ik kies resoluut voor diep water richting Vlissingen. Met deze zee ga ik geen risico nemen in ondiepe geulen. Achteraf blijkt dat de juiste beslissing: een jacht loopt vast op een zandbank bij Ouddorp en moet geëvacueerd worden door de KNRM.
Aankomst en reflectie
De volgende middag bereiken we Vlissingen. De wind is gaan liggen alsof er niets gebeurd is.
Door de sluis en aanleggen zonder achteruit — gelukkig is het laagseizoen en hebben we ruimte. We laten de boot stilvallen in de wind en meren aan. Daarna: onmiddellijke crash. Slapen.
Om 17u verkennen we even de stad en evalueren we de tocht. We zeggen het tegen elkaar, zonder het mooier te maken dan het is:
• We hadden niet moeten vertrekken
• We hadden het grootzeil beter moeten voorbereiden
• Maar eenmaal onderweg hebben we de juiste keuzes gemaakt
Je leert nu eenmaal het meest uit je fouten.
En ook: het moet niet altijd plezant zijn om plezant te zijn 😉
Laatste etappe: naar Antwerpen
Na een rustdag vertrekken we zondagochtend om 5u richting Antwerpen.
Op de Schelde volgen we een tijdlang “het fietspad”: een aparte vaargeul naast het hoofdvaarwater, bedoeld voor de recreatievaart. Indrukwekkende zeeschepen kruisen ons pad en we vergapen ons aan de kerncentrale van Doel.
Aan het “boompje” drinken we een mini-rum — tradities zijn er om in ere te houden.
We mogen een uur vroeger dan gepland door de Kattendijksluis, en nog voor we de Londenbrug bereiken, komt havenmeester Dirk ons al verwelkomen. De brug zou om 12u45 draaien… maar dat loopt anders. We liggen te wachten en het duurt maar en duurt maar. Peter heeft er zo zijn eigen verklaring voor. Achteraf blijkt — tot onze grote hilariteit — dat hij het bij het rechte eind had.
Maar we zijn er … Picasso ligt weer waar ze hoort.
En ik ook, een beetje.
Onder de lichtjes van de Schelde.




































Zalig geschreven! Ik kijk uit om jullie verhalen te lezen, en als er een boek komt…zet mij maar op de lijst, ik koop hem😁
Veel succes met jullie dromen en avonturen!
Diane(Van Welden), collega Stephanie