Van Kopenhagen naar Cuxhaven

By Published On: april 5th, 2026
Kopenhagen naar Cuxhaven

Picasso’s maidentrip begint in Ishøj, net ten zuiden van Kopenhagen, de plek waar haar onderwaterschip en rigging onder handen genomen werden. Met een gezonde mix van spanning en goesting maak ik me klaar voor de eerste echte etappe.

Tijdens een eerste poging om haar naar Antwerpen te zeilen tussen Kerst en Nieuw begon de aandrijfas verdacht te trillen. We hebben toen wijselijk rechtsomkeer gemaakt. Tweede poging dus.

Gelukkig sta ik er niet alleen voor: Erik en Inge van de Jest varen mee. Met meer dan 40 jaar zeilervaring en enkele Atlantic crossings in de vingers zijn zij de ideale crew. De vraag of we in dagetappes varen of ’s nachts doorzetten, wordt door Erik meteen professioneel gekaderd:

“We zijn geen pannenkoeken hé… we varen door.”

Duidelijk. Geen discussie meer mogelijk.

Na een laatste check en nog wat kleine prutswerkjes zijn we klaar. Tanks vol, lijnen los en met een mooie 3 Bft uit het westen vertrekken we. Halve wind, 7 knopen — alsof Picasso zelf ook zin heeft in haar eerste avontuur. We zetten koers langs Klintholm, Lolland en Fehmarn richting Holtenau, de toegangspoort tot het Kielerkanaal. Tegen de avond laat de wind het afweten en schakelen we over op de motor. De nacht is helder, koud en indrukwekkend. Sterren boven ons, windmolenparken die oplichten rondom ons — het lijkt soms meer op een sciencefictionfilm dan op de Oostzee.

De soundtrack van deze trip verdient een aparte vermelding. Tot onze verrassing zat er nog één cd in de speler van de vorige eigenaar: Deense carnavalsmuziek. Gejodel, accordeons en ritmisch billengeklets was onze enige muziek. Na een tijdje begonnen we het bijna goed te vinden. Stockholm syndrome, maar dan muzikaal.

Wanneer we de Duitse wateren naderen, varen we letterlijk de mist in. Het zicht wordt gereduceerd tot quasi nul. We horen de diepe stoomstoten van vrachtschepen, voelen hun golven en ruiken hun uitlaatgassen… maar zien? Niets.

AIS moet nog geïnstalleerd worden, maar via de ORCA-app krijgen we gelukkig wat informatie binnen. Onze radar blijkt eerder decoratief, maar gelukkig hebben we een degelijke reflector. Spannend is het wel — zo varen op gehoor, geur en een beetje technologie.

Net voor Kiel klaart het op. We dobberen nog twee uur voor de sluis richting Kielerkanaal. Omdat je daar enkel overdag mag varen, leggen we aan in Rendsburg. Daar probeer ik de havenmeester — een Viking met een vlecht in zijn baard — diplomatiek gunstig te stemmen met twee Leffes. Een poging tot internationale bierdiplomatie. Helaas zonder succes. De man blijft onvermurwbaar: we moeten gewoon betalen. Sommige systemen zijn duidelijk waterdicht.

De volgende ochtend zetten we koers richting de Elbe. Berucht water, stevige stroming, potentieel venijnig. GRIB-files checken, reddingsvesten aan, alles vast… we zijn er klaar voor. Maar eenmaal door de sluis ligt de Elbe er vlakker bij dan het Veerse Meer op een zomerdag. Ons hoor je niet klagen.

Op het kanaal passeert een Belgische mijnenveger. De volledige crew komt naar buiten om naar ons te zwaaien. Nationale trots op het water 😄 Erik en Inge zwaaien enthousiast terug. Ik lig te slapen.

Stephanie had ons op voorhand voorzien van heerlijke spaghetti en een stevige portie erwtensoep. Vooral die snert bracht herinneringen boven aan de tijd dat we de twilight races voeren op de Hartendief. Koude avonden, veel wind, en achteraf opwarmen — sommige dingen veranderen nooit.

In Cuxhaven willen we eerst in de buitenhaven liggen, maar daar zijn de steigers nog niet geïnstalleerd. Dan maar plan B: via het bruggetje naar de binnenhaven. Daar sluiten we deze eerste etappe af zoals het hoort: met een stevige schnitzel en een goed gevoel.

Conclusie van deze eerste etappe:

  • De boot vaart fantastisch en voelt meteen goed aan — ik ben er al helemaal verliefd op.
  • Met Erik en Inge had ik me geen betere crew kunnen wensen.

Merci Bert om ons te komen halen in Cuxhaven!

Categories: Europa, Zeilen

Abonneer je op onze blog:

Leave A Comment