Van KitchenAid naar Kitchen Arm

We zijn nog volop bezig met de voorbereidingen van onze wereldreis. Deze week staat er nog geen oceaan op de planning, maar wel een uitdagend project: uitzoeken wat we in hemelsnaam gaan eten als we straks dagenlang geen land meer zien.
Omdat brood zowat aan de basis ligt van elke culinaire beschaving (en omdat we het allebei niet zien zitten om wekenlang op crackers te overleven), start ik ons foodblog met het meest fundamentele voedsel dat er is: brood.
Thuis bakte ik regelmatig brood. Eerst met een broodmachine, later met de hulp van een KitchenAid. Heerlijk comfortabel. Ingrediënten erin, machine aan, en rustig meevaren op automatische piloot. Maar aan boord van Picasso is ruimte nu eenmaal kostbaarder dan een vrije ligplaats in een gezellig haventje. Voor zo’n grote keukenhulp is er simpelweg geen plaats. Noodgedwongen maken we dus de mentale én culinaire overstap naar minimalisme.
Aan boord hebben we bloem, water, gist, zout, een gasoven, een werkblad ter grootte van een snijplank en vooral veel goesting om eraan te beginnen. Wat we niet hebben:
• een weegschaal, dus we doen alles op gevoel;
• een KitchenAid (RIP automatische kneedarm).
Ik besluit een boerenbrood te bakken. Volledig manueel dus. Net als vroeger.
Stap 1: Op het zicht doe ik wat bloem in een kom. “Ziet er goed uit” wordt onze nieuwe standaard.
Stap 2: Beetje bij beetje water toevoegen tot het deeg goed aanvoelt. Ook hier vertrouwen we volledig op intuïtie.
Stap 3: Gist en zout erbij… op goed geluk. Spannend, zo bakken zonder precieze hoeveelheden.
Stap 4: Kneden, kneden en nog eens kneden. Geen machines meer, gewoon pure spierkracht en een gezonde dosis twijfel.
Dan komt het moment waar elke thuisbakker een beetje tegenop kijkt: het rijzen. Thuis wist ik meestal precies wat ik kon verwachten, maar nu heb ik eerlijk gezegd geen idee. Ik kijk mijn deeg hoopvol aan en denk: komaan, groei, doe iets! Gelukkig begint het na een tijdje toch te leven: een beetje zwellen, een beetje bubbelen, een beetje hoop.
Met lichte spanning schuif ik het brood in Picasso’s gasoven. Maar hoe zit het eigenlijk met die ovenstanden? Trial-and-error. Een dunne lijn tussen “warm”, “iets warmer” en “help, veel te warm!”.
Vandaag zit het gelukkig mee. De geur van een warme bakkerij vult de kajuit en 45 minuten later staat er vers brood op tafel. Dat noem ik nu geluk(t).
Hier aan het Willemdok zijn we verwend met bakkerij Delafaille om de hoek, maar straks op de oceaan hebben we die luxe niet meer. Daarom oefen ik nu alvast. Vers brood biedt troost wanneer de wereld rondom ons enkel nog uit water bestaat.
En vooral omdat eten een belangrijk onderdeel van onze reis zal worden. Wat we zelf maken, wat we ontdekken in andere landen en hoe we onderweg nieuwe smaken verzamelen. Dit eerste brood is misschien maar een eenvoudig boerenbrood, maar het voelt tegelijk als de eerste hap van een veel groter avontuur.












Dat ziet er toch zeer goed uit Stephanie en hopelijk smaakte het ook lekker 😋
Jullie gaan dat goed doen, weet ik zeker. Ik vind het wel een hele uitdaging, zo met jullie tweetjes.
En op een kleine oppervlakte en alleen maar water rondom, niet aan mij besteed hoor.
Ik ga jullie avontuur zeer zeker volgen .
Dikke knuffel 🫂
Vivke
Goe gedaan(en gelukt) Stephenieke! Da komt goe met dat brood…smakelijk😋