De 10 vragen die we élke keer krijgen (deel 1)

Gisteren was mijn laatste dag als grafisch vormgever. Vanaf nu kan ik me 100% focussen op onze reis. Tijdens mijn afscheidsdrink kwamen opnieuw exact dezelfde vragen boven water. En eigenlijk is dat altijd zo. Of we nu met vrienden praten, familie, collega’s of toevallige nieuwsgierigen: de vragen zijn bijna altijd dezelfde.
Vandaag zet ik de eerste vijf op een rij. Korte antwoorden wel, want over elk van deze onderwerpen kun je makkelijk een apart boek schrijven. Veel van wat ik hieronder vertel, is voorlopig nog theoretisch. We zijn tenslotte nog niet vertrokken. Binnen een paar jaar zullen we ongetwijfeld sommige antwoorden moeten bijsturen.
De top 10 van meest gestelde vragen
1. Wat gaan jullie eten?
2. Gaan jullie echt met z’n tweeën? Hoe kunnen jullie dan slapen?
3. Wat als er een storm is?
4. Wat als er piraten zijn?
5. Ben je niet bang voor haaien?
6. Wat als er een ongeluk gebeurt midden op de oceaan?
7. Gaan jullie vissen?
8. Waarom drie jaar? En ligt de route al vast?
9. Hoe zit dat met die orka’s in Portugal en Spanje?
10. Wat als er iets stuk gaat op zee? De motor, een zeil…?
1. Wat gaan jullie eten?
De meeste mensen denken meteen aan die oceaanoversteken van drie of vier weken. “Dan leef je toch op blikvoer?” is een veelgehoorde reactie. Maar eigenlijk vergeten ze dat we tijdens onze reis maar een paar écht lange oversteken maken: de Atlantische Oceaan, de Stille Oceaan en de Indische Oceaan. De rest van de tijd varen we van eiland naar eiland of van kust naar kust.
Meer dan 95% van onze reis zullen we in de buurt van land zijn. En waar land is, is meestal ook een markt, een supermarkt of een vissersboot.
Stephanie kookt graag vers en wil zoveel mogelijk met lokale producten koken. Nog leuker: waar mogelijk wil ze ook samen met de lokale bevolking koken. Hun recepten leren, hun ingrediënten ontdekken en die verhalen delen. Daarover lees je binnenkort meer in de rubriek ‘Ocean Flavours‘.
Ondertussen staat er thuis trouwens al een zuurdesemstarter vrolijk te borrelen. Het plan is om onderweg regelmatig vers brood te bakken. Er gaat niets boven de geur van vers brood op een boot. Behalve misschien verse koffie.
We hebben ook een ruime koelkast aan boord, dus een week verse producten bewaren is geen enkel probleem. Onder de zonnepanelen en in het interieur hangen bovendien netten voor groenten en fruit. Die kopen we liefst op de lokale markt, rechtstreeks van de boer. Producten die nog niet dagenlang gekoeld zijn geweest, blijven vaak verrassend lang goed.
Tijdens de lange oceaanoversteken zullen de verse groenten uiteindelijk wel opraken. Dan schakelen we over op kikkererwten, linzen, bonen en andere houdbare ingrediënten. Een lekkere curry, een stoofpotje… en met een beetje geluk gooien we daar nog een vers gevangen visje bij.
2. Gaan jullie echt met z’n tweeën? Hoe kunnen jullie dan slapen?
Ja, we vertrekken met z’n tweetjes.
Af en toe zal er ongetwijfeld familie of vrienden meevaren. We hopen natuurlijk ook dat onze kinderen af en toe een stukje van het avontuur meemaken. Maar het grootste deel van de reis zullen Stephanie en ik met z’n tweeën onderweg zijn.
Tijdens langere overtochten werken we met een wachtschema van drie uur op, drie uur af.
Bijvoorbeeld:
Roel: 23.00 – 02.00
Stephanie: 02.00 – 05.00
Roel: 05.00 – 08.00
Overdag proberen we de gemiste slaap een beetje in te halen met korte dutjes.
We hebben natuurlijk AIS aan boord. Dat systeem toont andere schepen op onze kaartplotter en waarschuwt wanneer een aanvaring mogelijk wordt. Dat geeft veel extra veiligheid. Maar technologie is geen wondermiddel. Sommige vissers zetten hun AIS uit zodat concurrenten hun visgronden niet kunnen zien. Daarom blijft er altijd iemand uitkijken.
De realiteit is trouwens veel minder spectaculair dan veel mensen denken. Waarschijnlijk zullen we 90% van onze tijd helemaal niet aan het zeilen zijn, maar rustig voor anker liggen in een mooie baai. Dan slapen we gewoon zoals thuis… alleen met een beter uitzicht.
3. Wat als er een storm is?
Stormen zullen we ongetwijfeld tegenkomen.
Het grote verschil met een vakantiezeiler is dat wij de luxe van tijd hebben. We hoeven niet koste wat kost op een bepaalde datum ergens aan te komen. Als de weersvoorspellingen slecht zijn, blijven we gewoon nog een paar dagen liggen. De oceaan loopt niet weg.
Mocht een storm ons toch verrassen, dan hebben we verschillende opties.
We hebben een stormzeil aan boord: een klein maar bijzonder sterk zeil waarmee de boot controleerbaar blijft. Daarnaast hebben we een sea anchor (stormparachute), die de boot afremt en helpt om stabiel in de golven te blijven.
Een andere techniek is bijliggen. Daarbij zet je de zeilen zo dat de krachten elkaar grotendeels opheffen. De boot komt dan relatief rustig in de golven te liggen en wacht als het ware het slechte weer af.
Wat we zeker niet willen doen, is tijdens een zware storm een haven proberen binnen te varen. Dat is vaak veel gevaarlijker dan gewoon op open zee blijven. We blijven liever uit de buurt van ondieptes en laten de boot doen waarvoor ze gebouwd is.
De boot kan dat aan. De bemanning… vraag het ons nog eens na de eerste storm. 😉
4. Wat als er piraten zijn?
Deze vraag staat steevast in de top vijf.
Gelukkig komt echte piraterij tegenwoordig nog maar op een beperkt aantal plaatsen voor. Momenteel is vooral de kust van Venezuela een risicogebied. Dat staat dan ook niet op onze route.
Onze AIS-transponder kunnen we bovendien in een stille modus zetten, zodat andere schepen ons niet zomaar op hun scherm zien verschijnen.
Wapens nemen we bewust niet mee. We weten er niet mee om te gaan, ze kunnen tegen ons gebruikt worden en bovendien zorgen ze voor heel wat administratieve problemen bij het in- en uitklaren van landen.
En trouwens… niet elk gammel bootje dat op je afkomt, zit vol piraten. Vaak zijn het gewoon vissers die hopen een verse vis te ruilen voor wat frisdrank of een westers blikje bier.
5. Ben je niet bang voor haaien?
Eigenlijk hopen we er zo veel mogelijk te zien. Stephanie en ik duiken allebei heel graag. Tijdens onze duikreizen waren ontmoetingen met haaien telkens hoogtepunten.
Hamerhaaien, walvishaaien, tijgerhaaien, rifhaaien, grijze haaien, voshaaien, verpleegsterhaaien, zebrahaaien en longimanussen… hoe meer we er onderweg mogen zien, hoe beter.
Alleen de grote witte haai en de stierhaai hoeven wat ons betreft niet té nieuwsgierig te worden.
Maar de kans dat een haai ons lastigvalt, is eigenlijk veel kleiner dan de kans dat iemand ons opnieuw vraagt: “En… wat gaan jullie eigenlijk eten?”
Tot de volgende!
Roel
—
Binnenkort beantwoord ik vragen 6 tot en met 10. Staat jouw vraag er niet tussen? Laat gerust een reactie achter of stuur ons een mailtje.








Leuk en geruststellend om dit allemaal te lezen.. Ik heb zelf niet veel zeilervaring, maar vind het toch fijn om jullie ervaringen op deze manier te kunnen volgen.
Duiken doe ik wel graag en weet uit ervaring dat je meer schrik van kwallen moet hebben, dan van haaien. Trouwens, zij lusten geen mensen.
Ik vind het fantastisch wat jullie gaan ondernemen, maar ga Stephanie ontzettend missen.
Zij is gewoon een super collega.
Heeeeeeel véeeeeeeeel dikke 😘