De 10 vragen die we élke keer krijgen (deel 2)

By Published On: juli 23rd, 2026
Picasso Trip around the world

In mijn vorige blog beantwoordde ik de eerste vijf vragen die we bijna altijd krijgen over onze zeilreis. Van “Wat gaan jullie eten?” tot “Ben je niet bang voor haaien?”

Maar er zijn nog heel veel vragen. Ook voor ons. En eerlijk gezegd zijn dat vaak de vragen waarop we zelf ook nog geen volledig antwoord hebben. We zijn tenslotte nog niet vertrokken.

Dus: tijd voor deel twee van de top 10.

6. Wat als er een ongeluk gebeurt midden op de oceaan?

Tja… shit happens. En dus is het enige wat we kunnen doen: ons zo goed mogelijk voorbereiden.

We hebben een behoorlijk uitgebreide medische koffer aan boord. Daarin zit heel wat materiaal dat je normaal niet meteen op een zeilboot verwacht: een hechtset, injectiemateriaal, een catheterset, een thermometer, extra verbandmiddelen en zelfs een tandheelkundige set.

Ook qua medicatie proberen we voorbereid te zijn op verschillende situaties. Van eenvoudige pijnstillers tot breedspectrumantibiotica en, voor noodgevallen, zelfs morfine.

Stephanie is verpleegster en weet gelukkig wat ze met al die spullen moet doen. Ik krijg binnenkort mijn persoonlijke opleiding van haar. Ik heb dus nog even tijd om goed op te letten. 😉

Daarnaast hebben we via Starlink toegang tot internet en kunnen we in geval van nood medisch advies inwinnen. Zowel verschillende collega’s van het Jan Palfijn ziekenhuis als onze eigen huisartsen hebben bovendien al aangeboden om te helpen als we onderweg met een medisch probleem zitten.

Bij een ernstig of levensbedreigend ongeval kunnen we uiteraard ook de kustwacht inschakelen of hulp vragen aan schepen in de buurt. Als er toevallig een militair schip in de omgeving is, kan dat in sommige situaties zelfs medische hulp en eventueel een helikopter ter beschikking stellen.

Natuurlijk hopen we vooral dat we die hele medische koffer zo weinig mogelijk nodig zullen hebben.

7. Gaan jullie vissen?

Uiteraard gaan we vissen!

Al moeten we eerlijk zijn: voorlopig zijn we nog geen geweldige vissers. Tijdens onze jaren op de Noordzee hebben we nog nooit iets gevangen. Onze vislijn heeft dus voorlopig vooral water gezien. Maar we houden de moed erin.

Op de oceanen krijgen we hopelijk wat meer succes. Tonijnen, mahi-mahi’s, wahoo’s, barracuda’s… laat maar komen!

Bij Robby Fish kochten we alvast een stevige vislijn van Penn, geschikt voor het zwaardere werk. Stephanie kreeg er meteen ook een uitgebreide workshop van ongeveer twee uur bij, gegeven door een bijzonder enthousiaste verkoper. Topservice!

We kochten meteen ook een haak om de grotere vangsten aan boord te krijgen en een soort harnas waarmee we de vislijn stevig kunnen vasthouden. Want als er straks een tonijn aan de haak hangt, willen we natuurlijk niet dat die er met onze volledige visuitrusting vandoor gaat.

En we kochten ook twee fuiken. Voor kreeft. 🦞

We denken er trouwens ook aan om een harpoen mee te nemen. Of dat er uiteindelijk ook echt van komt, zien we later wel.

Eerst maar eens proberen om überhaupt iets aan de haak te krijgen.

8. Waarom drie jaar? En ligt de route al vast?

De route ligt min of meer vast.

Het wordt, in grote lijnen, het klassieke ‘goed-weer-rondje’ rond de wereld. Een droom die ik ondertussen al meer dan twintig jaar meedraag, sinds ik het reisverhaal *Reis om de blauwe planeet* van Durita Holm las.

Eigenlijk proberen we drie jaar lang zoveel mogelijk gebruik te maken van de heersende stromingen en passaatwinden. Niet omdat we per se exact drie jaar onderweg willen zijn, maar omdat dit ons de tijd geeft om rustig te reizen en onderweg voldoende tijd te nemen om ergens langer te blijven als we dat willen.

We vertrekken vanuit Antwerpen en varen via Frankrijk de Golf van Biskaje over richting A Coruña. Daarna volgen we de Spaanse Rías en de Portugese kust, richting de Canarische Eilanden.

Vervolgens steken we over naar Kaapverdië, waar we in Mindelo een vriend bezoeken. Eind november of begin december steken we dan de Atlantische Oceaan over richting Suriname, waar we kerst en nieuwjaar hopen te vieren.

Daarna brengen we een tijdje door in de Caraïben. Hopelijk komen mijn kinderen daar een stukje meevaren en kunnen we samen een deel van het avontuur beleven.

Via de ABC-eilanden gaat het vervolgens richting de San Blas-eilanden en daarna door het Panamakanaal.

Aan de andere kant van het kanaal wachten de Galapagoseilanden, gevolgd door de Marquesaseilanden en Frans-Polynesië.

Van daaruit trekken we verder richting Nieuw-Zeeland en Australië. Daar zullen daar waarschijnlijk een tijdje wachten op de juiste weersomstandigheden en stromingen om verder westwaarts te trekken richting Indonesië en Thailand.

Vervolgens varen we verder richting de Malediven.

En vanaf daar ligt het laatste deel van de route nog niet helemaal vast.

We kunnen via de Rode Zee en het Suezkanaal terug naar huis varen. Maar als de geopolitieke situatie dat niet toelaat of als we om een andere reden liever voor de zuidelijke route kiezen, kunnen we ook rond Zuid-Afrika varen en via Brazilië, de Caraïben en de Azoren terugkeren naar Europa.

9. Hoe zit dat met die orka’s voor Portugal en Spanje?

Prachtige dieren.

Maar helaas hebben sommige orka’s het de laatste jaren gemunt op zeilboten, en dan vooral op hun roeren.

Waarom ze dat precies doen, weten we nog altijd niet helemaal zeker. Er zijn verschillende theorieën. Een mogelijke verklaring begint bij de tonijn.

Door strengere visquota en een betere bescherming zijn er de laatste jaren opnieuw meer tonijnen in de oceaan. En dat is goed nieuws voor de orka’s. Als er genoeg voedsel is, hebben ze minder tijd nodig om te jagen en krijgen ze dus meer tijd om te spelen en om hun jongen nieuwe dingen te leren.

Orka’s leren hun jongen namelijk hoe ze moeten jagen. Een van de technieken die ze gebruiken, is het uitschakelen van een tonijn door op zijn staart te bijten. De vis kan dan niet meer goed zwemmen en wordt een gemakkelijke prooi.

Volgens een van de theorieën hebben sommige orka’s die techniek vervolgens uitgebreid naar de oppervlakte. Daar zouden ze hun jongen geleerd hebben om te oefenen op de roeren van zeilboten. Een roer lijkt van onderaf immers een beetje op de staart van een grote vis.

Of dat verhaal volledig klopt, weten we niet. Maar wat we wel weten, is dat sommige orka’s het de laatste jaren behoorlijk gemunt hebben op zeilboten en daarbij soms flinke schade veroorzaken.

Wij nemen daarom onze voorzorgen.

We hebben onder meer een stevige inox buis aan boord die onderaan is dichtgelast. In geval van een ontmoeting met Iberische orka’s kunnen we die gebruiken om een luide knal in het water te veroorzaken, in de hoop dat dit de dieren afschrikt.

Of het werkt?

Dat zullen we hopelijk nooit echt hoeven uit te testen.

Want het vervelende aan orka’s is dat je ze vaak pas ziet nadat je ze al gevoeld hebt. Tegen de tijd dat je beseft dat er iets tegen je boot aan het duwen is, kan het dus al te laat zijn.

We zullen de adviezen en richtlijnen voor het gebied in elk geval nauwgezet opvolgen wanneer we daar zijn.

En ondertussen hopen we vooral op een ontmoeting waarbij de orka’s gewoon rustig naast onze boot zwemmen.

Dat lijkt ons toch een stuk leuker.

10. Wat als er iets stuk gaat op de oceaan?

Bijvoorbeeld de motor? Of een zeil?

Dan proberen we het eerst zelf op te lossen.

Als de motor ermee ophoudt, kunnen we gelukkig nog altijd zeilen. Alleen bij het aanleggen wordt het dan wat lastiger. In dat geval zullen we waarschijnlijk even de hulp van de havenmeester of een lokale boot moeten inroepen.

We kennen ondertussen de basis van een dieselmotor en hebben verschillende belangrijke onderdelen als reserve aan boord. Filters, een impeller en olie hebben we bijvoorbeeld 3-dubbel bij.

Ook met de zeilen proberen we niet volledig afhankelijk te zijn van één enkel onderdeel. Als één zeil het begeeft, hebben we nog een ander zeil. En voor sommige situaties hebben we ook reservemateriaal.

Voor eenvoudige reparaties hebben we bovendien een stevige naaiset aan boord. Een zeilboot en een naaimachine hebben misschien niet meteen veel met elkaar gemeen, maar op zee kan een goede reparatie soms letterlijk het verschil maken.

Maar natuurlijk kan er nog véél meer stukgaan. De elektrische installatie. De navigatieapparatuur. Het watersysteem. De bilgepomp. Een koelkast. Een toilet. En waarschijnlijk nog minstens honderd andere dingen waarvan we vandaag niet eens weten dat ze stuk kunnen gaan. 😉

Als we voor elk mogelijk defect een reserveonderdeel zouden moeten meenemen, zou onze boot waarschijnlijk al zinken vóór we de haven uit zijn.

Dus proberen we vooral verstandig te kiezen wat we meenemen. Voor de belangrijkste systemen hebben we reserveonderdelen en gereedschap. We leren zelf zoveel mogelijk repareren. En voor de rest geldt: proberen, improviseren en creatief zijn.

Of zoals een bevriende zeiler ooit zei:

“Op zee bestaat er geen probleem dat niet opgelost kan worden. Alleen problemen waarvoor je nog geen oplossing hebt bedacht.”

We zullen zien of dat ook echt klopt.

Tot de volgende!

Roel

Categories: Europa, Familie, Zeilen

Abonneer je op onze blog:

Leave A Comment